dinsdag 3 januari 2017

De probeerbonus

Of: “over tussenwerkers en labbekakken”

In 2010 raakte ik mijn baan kwijt. Na wat mislukte sollicitaties (“O, u ziet er nog jong uit voor 50 jaar…”) koos ik het pad van de ZZP-er. Nu, 6 jaar later, ben ik deels teruggekeerd in loondienst. Met een tijdelijk contract. Het bleek een wonderlijke tocht, die mij achterlaat met een soort permanente identiteitscrisis. Want: wat ben ik nu? ZZP-er? Ja, nog steeds. Werkende? Op dit moment ook. Werkzoekende? Zou binnenkort zo maar weer kunnen. Flexwerker? Voor wat betreft het ZZP deel zeker. En laten we eerlijk wezen: een tijdelijk contract is flex. En vast, is dat niet gewoon “wat langer tijdelijk”? Het heeft even geduurd voordat ik voor mijzelf een juiste benaming voor mijn huidige arbeidsmarktstatus kon vinden. Welnu, sinds kort noem ik mij een “tussenwerker”.

Als ik om mij heen kijk, vormen alle tussenwerkers bij elkaar de grootste groep op de arbeidsmarkt. UWV-bakken zijn immers tot aan de rand gevuld met mensen met “vaste” banen. Werknemers van banken en detailhandelsketens hadden allen “vaste” banen. Niet dus. CBS cijfers laten zien dat werkzoekenden zelden meteen een “vaste” baan voor onbeperkte tijd krijgen. En hoewel volgens Paul de Beer, bijzonder hoogleraar arbeidsmarktverhoudingen Universiteit van Amsterdam, mensen tegenwoordig minder vaak van baan wisselen dan 20 jaar geleden: 2 miljoen flexwerkers weten bij god niet waar ze komende jaren aan toe zijn. Flex? Vast? Kortom, arbeid anno nu hangt van relativiteit in elkaar: bijna elke Nederlander is in 2017 een potentiële tussenwerker. Welkom, lotgenoten!

Overleven als tussenwerker
Is dat een probleem? “Nee”, kans op werk is groter dan voor de crisis. De economie bloeit en u kunt zo als tussenwerker aan de slag. Flex, vaak. “Ja, een groot probleem”, omdat de realiteit van de tussenwerker binnen onze verzorgingsstaat op bureaucratie en zelfs onrechtvaardigheid stuit. Het probleem is namelijk niet vast of flex maar overleven tussen werkzame periodes. Neem mijn eigen bestaans-zekerheid, zogenaamd gegarandeerd door verzekeringen, uitkeringen en toeslagen. Deze zijn bedacht vanuit het perspectief van de vaste baan. Belandt u echter vanuit een korte of flexibele dienstbetrekking in een uitkering, zakt u na enkele maanden door de WW heen richting bijstand. Verdient uw partner voldoende of was u ZZP-er, is ook bijstand niet mogelijk. Hetzelfde geldt voor de net ingevoerde transitie-uitkering. Te kort gewerkt, dan geen transitie-uitkering. Bij onwil van de werkgever moet u trouwens zelf achter die transitie-uitkering aan en daar heeft u vaak geen energie voor omdat u acuut op zoek moet naar betaald werk. Bijverdienen dan maar? In mijn periode als ZZP-er bleek dat de Nederlandse overheid ondernemerschap door werkzoekenden flink blokkeert. Iets proberen en verdienen naast een uitkering is vrijwel onmogelijk, tenzij u burgerlijk ongehoorzaam bent en de grenzen opzoekt. Krijgt u als tussenwerker toeslagen, grote kans dat u die na definitieve fiscale vaststelling alsnog mag terugbetalen, helaas vaak in een jaar wanneer u juist minder verdient.

De werkende arme
Deze situatie kennen we sinds de NUG-er (niet-uitkeringsgerechtigde) zijn intrede deed. Al in 2009 verzucht Paul de Beer in een artikel van Sandra Olsthoorn. ‘Er ontstaat een grote groep die tussen wal en schip valt.” Olsthoorn: “Volgens de Raad voor Werk en Inkomen zijn 1,3 miljoen mensen in Nederland zonder werk, school of uitkering. Omdat NUG-ers nergens als zodanig staan geregistreerd, is eigenlijk heel weinig over deze groep bekend. Het CBS schetste al in 2005 in heel algemene termen hoe deze groep eruitziet. Zo is driekwart van de niet-uitkeringsgerechtigden vrouw, evenveel wonen samen of zijn getrouwd. Ongeveer één op de tien NUG-ers is een thuiswonend kind, de helft van alle NUG-ers is 45 jaar of ouder. (…) Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de re-integratie van niet-uitkerings-gerechtigden die aan het werk willen. Gemeenten hebben weinig animo getoond om er echt werk van te maken.” Gevolg: 1 maart 2016 meldt FD dat 600.000 Nederlanders minstens 3 jaar in armoede leven. Daaronder veel tussenwerkers: de helft van de langdurig armen werkt vaak flex.

De probeerbonus
Hoe organiseren we meer bestaanszekerheid voor tussenwerkers? Een groot deel schiet niets op met het idee dat verlaging van belasting op arbeid meer vaste banen oplevert. Flex blijft. Uitkeringen verlengen is qua staatsbegroting ook geen optie en voor een basisinkomen bestaat te weinig draagvlak. Beide opties zijn ook niet wenselijk: zonder maatschappelijk actief betrokken te zijn wordt een mens ongelukkig en gaat gekke dingen doen. Er is verder een kleine groep die bewust de kantjes ervan af loopt. Liever geen gratis geld dus. De Participatiewet lost ook niks op, werken zonder extra beloning werkt vaak letterlijk niet. Bijverdienen vanuit een uitkering mag bijna niet, een NUG-er valt buiten de Participatiewet en de ZZP-er heeft geen publiek vangnet. Maar: economie gaat over samenwerken. Ik pleit daarom voor invoering van de “probeerbonus” binnen de Participatiewet. Een bonus die zorgt dat u proactief werkt aan mogelijkheden om uw talenten in te zetten als parttimer, ZZP-er, NUG-er, whatever. Dat kan prima door (al dan niet samen-werkende) gemeenten worden opgepakt. De probeerbonusaanvraag voor de gemeente Juinen kan er ongeveer als volgt uitzien:

“Vraag 1: zoekt u (on)betaald werk?
- Ja? U krijgt van ons een probeerbonus en wellicht een uitkering. Ga door naar vraag 2.
- Nee? U krijgt van ons een uitkering. Ga door naar vraag 3.
Vraag 2: wat gaat u proberen?
U ontvangt van ons de inloggegevens van uw virtuele intercedent. Omschrijf daarin uw plan. Zorg ervoor dat u uw talent zowel als werknemer en als ZZP-er kunt inzetten. Na inzending neemt uw personal probeercoach binnen 5 werkdagen contact met u op over welke praktische aanpak, scholings- en trainingsmogelijkheden u in uw situatie kunt overwegen. Alvast succes gewenst!
Vraag 3: geef de reden aan van uw werkweigering
- Is de reden ziekte, zorgplicht of bent u maatschappelijk actief? U krijgt de volledige uitkering.
- Bent u labbekak? U krijgt driekwart uitkering voorlopig voor 1 jaar.”

U leest het goed: ik pleit voor samenvoegen en deels inperken van WW én Bijstand. Rijmt dat met bestaanszekerheid? Ja, ten eerste moet het geld voor de probeerbonus ergens vandaan komen. Daarover straks meer. Ten tweede heet de probeerbonus ook niet voor niets bonus: u wordt beloond om iets te proberen (en wordt logischerwijs niet beloond als u niets probeert). Dit insluitingseffect door gebrek aan urgentie is wetenschappelijk aangetoond en nu zichtbaar in de bankencasus: slechts 20% vindt werk. Ten derde: we hebben iedereen van goede wil hard nodig om Nederland draaiende te houden. In Zuid-Limburg waar ik woon, begint de vergrijzing en krappe arbeidsmarkt nu langzaam maar zeker een serieus punt te worden. Overigens is zo’n verlaging al eerder gebeurd. De WW werd in 2006 al ingekort, als extra prikkel om te proberen aan het werk te gaan. Een probeerkorting dus.

Uitkeringen verlagen? Revolutie!
Ik mag u gerust stellen: er verandert vrijwel niets. Niet gesolliciteerd? Dan wordt u nu ook al gekort. De uitkeringspraktijk is ook nu al zo ingericht dat óf de uitkeringsduur kort is óf het bedrag laag. Voor de tussenwerker geldt zelfs allebei en die is nu al gedwongen creatief te zijn om te overleven. Omdat de economie aantrekt, kan dat ook: er is werk genoeg. Misschien niet het werk dat u gewend was, maar ja: “the times they are a changing”. Moeite met het verzinnen van uw eigen probeerplan? Geen probleem, werkzoekenden pakken dit steeds vaker groeps- en projectgewijs aan. Functioneert veel beter dan praatsessies met uitkeringsinstanties of het verplicht verzamelen van afwijzingsbrieven. U kunt natuurlijk ook praten met het werkgeversservicepunt, een samenwerkingsverband van gemeente en UWV. Vooralsnog niet overal een succes: het rapport “Werkgeversperspectief” van de Inspectie SZW meldt dat werkgevers uitzendbureaus veel toegankelijker vinden. Gemeenten en UWV komen te vaak met kandidaten aan die niet matchen met de baan. Het ontbreekt vaak aan voorwerk, maatwerk en intensief contact, de 3 sleutels tot werk. Als UWV haar WW-arbeidsmarkttaken over zou hevelen naar gemeenten zou zo’n maatwerktraject naar werk mogelijk worden in plaats van 2 losse trajecten. Eigenlijk hoeven maar enkele zaken écht te veranderen: enkele bureaucratische barrières schrappen én er moeten wat bestaande potjes worden herverdeeld om zo de tussenwerker van bestaanszekerheid te voorzien en niet van lapmiddelen achteraf zoals schuldhulpsanering.

Help, we hebben een paar miljard extra!
Iedereen die met een probeerbonus werkt of onderneemt en zo waarde toevoegt, betaalt belastingen. Ik heb nog nooit zoveel soorten belasting betaald dan als ondernemer. In tegenstelling tot sommige lotgenoten die, wegens armoedeval, liever in de uitkering bleven en fiscaal niets toevoegden. Totdat hun laatste kwartaal WW was aangebroken en er bij hen alsnog paniek uitbrak. Vandaar: hooguit een (half) jaar WW en daarna onbeperkt bijstand. Kan dat? Het moet, als wij de bestaanszekerheid van Maslow serieus nemen. Ik kom uit op een paar miljard extra inkomsten van al die werkers met probeerbonus, verder 2 miljard die we over houden van arbeidsmigratie plus een paar miljard aan versnipperde scholings-fondsen én transitievergoedingen, dan is zelfs wat over voor een nationaal scholingsfonds of basisverzekering voor iedereen. Er moeten wel wat zaken overboord:
• geen toegang tot scholing voor een NUG-er en vaak onjuiste scholing voor mensen met uitkering;
• het al na een half jaar beëindigen van ondernemende experimenten door uitkeringsinstanties;
• het verbod tot in redelijkheid bijverdienen met een uitkering;
• de sollicitatieplicht middels brieven en de controle op het naleven van die sollicitatieplicht.

Ook de noodzakelijke rol van de overheid als publieke werkbemiddelaar lijkt logisch maar is dat niet. Al in 2011 werd dit door De Beer en van Gestel onderbouwd in “Het hervormingsmoeras van de verzorgingsstaat”. Zo is het UWV nog niet lang verbonden met de Centra voor Werk en Inkomen (CWI), voorheen arbeidsbureaus. Ronald Dekker stelt in “Arbeidsmarkt draait ook zonder publieke arbeids-bemiddeling”, Me Judice, 19 april 2013, dat de publieke arbeidsbemiddeling zelfs geheel kan verdwijnen. Ferdinand Grapperhaus, hoogleraar arbeidsrecht, stelt in FD 9 februari 2016 dat beleid en wetgeving moeten worden afgestemd op de praktijk en niet op oude belangen en vermolmde instituties. Peter van Lieshout, hoogleraar maatschappijwetenschappen universiteit van Utrecht, vermoedt in een FD column in 2016 dat het met vernieuwend sociaal beleid net zo gaat als met het ooit muffe thema duurzaamheid. Sociaal beleid wordt straks vooral door het bedrijfsleven getrokken.

Nieuwe ronde, nieuwe verkiezingen
Welke beweging richting probeerbonus zien we bij de verkiezingen 2017? Al sinds december 2015 vindt de “grote coalitie” VVD, D66, PvdA en CDA (die de meerderheid in de Eerste Kamer heeft) elkaar, bijvoorbeeld in de begroting 2017 en over meer fiscale verschuiving naar gemeenten. Verder: D66 en Groen Links willen uitkeringen koppelen aan meer kansen, vooral door bijscholing. Dat laatste vindt ook 50Plus. Minister Asscher had al in de Werk en Zekerheid (WWZ) de transitie-vergoeding willen verplichten voor alle (!) dienstverbanden. CDA, D66 en Groen Links hebben de wens om het tweede, tijdelijke contract een langere looptijd te geven van bijvoorbeeld 3 of 5 jaar. CDA-Kamerlid Pieter Heerma stelt dat mensen dan niet meer, zoals de WWZ aanmoedigt, na 2 jaar weer op straat staan. Sociale partners plus CDA, D66 en inmiddels ook VVD stellen dat de huidige vorm van de WWZ onzekerheid bevordert: vooral uit concurrentieoverwegingen worden weinigen in dure vaste dienst genomen. Vrijwel alle partijen willen daarom de lasten op arbeid omlaag, iets doen aan het tweede jaar loondoorbetaling bij ziekte én een gelijk speelveld voor werknemers en ZZP-ers. Het afschaffen van belastingvoordelen voor ZZP-ers die nu net rondkomen, lijkt echter appels met peren vergelijken. Hoe dan ook: lagere fiscale lasten op arbeid, een WWZ met een driejaarscontract én een individueel rugzakje (ook voor NUG-ers!) in de Participatiewet gekoppeld aan eigen initiatief, training, bijscholing en aanvullend ondernemerschap steunen het idee van de probeerbonus. Niet het Finse basisinkomen dus maar een aangepaste Deense Flexicurity. En nu? Als aanzetje kan elke tussenwerker het onderstaande mailtje aan onze huidige (en vermoedelijk ook nieuwe) premier sturen: “Meneer Rutte. Graag betaal ik komend jaar ongeveer 15.000 euro extra aan de fiscus, maar uw collega bij sociale zaken maakt mij dat erg lastig. Wel vindt hij het blijkbaar fijn mij eventueel een vergelijkbaar bedrag aan uitkering e.d. te geven. Ik en mijn collega tussen-werkers willen echter werk én graag een paar miljard euro bijdragen. Mocht u twijfelen, in Duitsland pleiten Siemens en Sap al voor zo’n rugzakje voor mobiliteit in plaats van een sociaal stelsel rond vaste baan. Oostenrijk kent dit nu al. In Nederland willen werkgevers ook al langer een individueel probeerpotje vullen met gelden uit WW, transitievergoeding en de O&O scholingsfondsen. Mogen wij dit de komende 4 jaar eens proberen?”

dinsdag 5 januari 2016

De nulurenondernemer

of: rekenen volgens Schopenhauer...

Minister Asscher wil betere rechten voor flexwerkers zoals ZZP-ers. Een wetsvoorstel (Beschikking Geen Loon­heffing) ketste april 2015 af en werd vervangen door een meer genuanceerd voorstel (De­re­gu­lering Beoordeling Arbeidsrelaties) dat voorjaar 2016 behandeld wordt. Gelijktijdig hecht het kabinet aan het recht op zinvol werk voor iedereen. Hoe zit dat nu met die al dan niet gelijke rechten?

Vast en flex      
Al had de fiscus het graag anders gezien, in 2015 is de groei van vast werk alweer gestopt. Hoewel er vooral bij starters en bij senioren behoefte is aan een vaste(re) baan, schiet dat niet op. Ook voor 2016 en 2017 lijkt er geen schot in te zitten. Het aantal ZZP-ers neemt echter wel sinds 2001 toe, de laatste jaren gemiddeld met 40.000 tot inmiddels 10% van de werk­zame beroepsbevolking. Daar­naast steeg ook al het aantal werknemers met een flexibele arbeids­relatie van 12% tot 16%. Daar­mee heeft een kwart van de Nederlandse beroepsbevolking geen “vast” contract meer. Arjan van den Born (hoogleraar Universiteit Tilburg) denkt zelfs dat dat nog zal verdubbelen. Als het aantal mensen met een vaste baan in een vergelijkbaar tempo af­neemt, zitten we al over 10 jaar op een nagenoeg gelijke verdeling flex-vast. Ton Wilthagen (hoogleraar Universiteit Tilburg) concludeert al dat het vaste arbeids­contract slechts gedurende een korte fase van 150 jaar dominant zal blijken.

Meer werk
Hoeveel arbeid hebben we eigenlijk nog nodig? De Europese Commissie concludeert november 2015 dat Nederland terug is op het niveau van voor de crisis. In 2008 hadden 8,28 miljoen Nederlanders een baan, in juli 2015 8,21 miljoen. Per saldo zijn kortom niet veel banen vernietigd, er zijn gewoon meer mensen die willen werken. Concreet: begin 2016 willen ruim 600.000 mensen aan de slag. Een groot deel daarvan is 45+. Velen van hen overwegen het ZZP-erschap bij gebrek aan alternatieven. De huidige ZZP-groei blijkt echter een hoofdpijndossier. SZW en Financiën willen met name van de onderkant van de ZZP-groep af door de zelfstandigenaftrek af te schaffen. Nu is er een post van 1,7 miljard aan zelfstandigen­aftrek (in 2001 was dat nog 810 miljoen). Zelfstandigenaftrek, startersaftrek en MKB-winstvrijstelling kosten de overheid samen 3 miljard per jaar. Echter: schaf je dit af, glijdt een groep af naar de bijstand en verschuift de post van Financiën naar SZW. De grote groep ZZP-ers met een jaarinkomen rond 20.000 euro kan een fiscale lastenverzwa­ring van 200 à 300 euro per maand kortom niet opbrengen en zal moeten stoppen met werken. Dat lijkt meer krom dan recht.

Recht op zekerheid
Er is nog een recht dat enig geweld wordt aangedaan: flex botst met zekerheid. In Nederland zijn werknemers met een vast contract veel beter beschermd dan flexwerkers. Onder andere leidt dit verschil tot bodemtarieven voor flexwerk. De OESO vindt al jaren dat dit rechtvaardiger moet. Ferdinand Grapperhaus, kroonlid SER, pleit tevens voor een sociaal vangnet voor met name ZZP-ers. Zelfstandigen moeten dezelfde verplichte verzeke­ringen voor arbeids­ongeschiktheid en pensioen hebben als werknemers, schrijft ook Maarten Camps, hoogste ambtenaar op economische zaken in economietijdschrift ESB. Hij pleit voor een sobere basis­voorziening met optie zich bij te verzekeren. Hij pleit gelijktijdig voor het afbouwen van de belastingvoordelen voor ZZP-ers. Een recht­vaardige collectieve verzekering ongeacht flex of vast werk lijkt er deze kabinetsperiode nog niet te komen.

Veranderende arbeidsmarkt
Minister Asscher wilde met de Wet Werk en Zekerheid en de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties een eerlijkere arbeidsmarkt bewerkstelligen. Hoogleraar Ton Wilthagen stelt dat deze wetten het verkeerde antwoord zijn op de veranderende arbeids­markt. “Pas je je niet aan aan de nieuwe economische realiteit, drijf je af naar een Angelsaksisch model van zelfredzaamheid.” Jurrien Koops (Algemene Bond Uitzendonder­nemingen ABU): “De politiek moet duidelijk maken dat de onzekerheid op de arbeidsmarkt blijvend is”. Rob de Laat (Staffing MS): “Overheidsmaatregelen die de inhuur van flexibele arbeid ontmoedigen versnellen het proces van verregaande automatisering”. Pieter Gautier (hoogleraar VU Amsterdam) stelt al in augustus 2013 in Elsevier dat het probleem niet meer bij de flexwerkers ligt, maar bij de rest. De huidige wet(svoors)t(ell)en gaan volgens velen dus niet zorgen voor gelijke rechten. Voorjaar 2016 wordt de Wet Werk en Zekerheid al geëvalueerd. De Wet Deregulering Arbeidsrelaties komt ook rond die tijd in stemming. Verder wil Asscher voorjaar 2016 met plannen voor het UWV komen, onderzocht wordt o.a. een fusie met SVB. Het moment lijkt rijp voor aandacht voor een meer inclusieve aanpak van het recht op werk voor iedereen.

Hoe dan wel?
Zijn er hervormingen denkbaar? Qua budget zeker, er staan meer knoppen ter beschikking dan enkel de zelfstandigheidsaftrek. Ten eerste bij het uitkeringencircus. 1,5 miljoen mensen aan de kant kost 15 miljard aan uitkeringen volgens Rene Paas, voorzitter Divosa. Tweederde van hen kan aan het werk en daaraan besteden we nu nog 6,5 miljard per jaar, onderzocht Rutger Bregman. Dat gaat vaak op aan controle en bureaucratie of aan netwerkavonden en sollicitatie­trainingen. UWV heeft geen geld voor baancreatie en weinig geld voor opleidingen, behal­ve via samenwerking met opleidingscentra en werkgevers. Vreemd: Nederland loopt al jaren achter­op in internationale vergelijkingen over scholing van werknemers en werkzoekenden en toch telt hoogleraar Marktwerking Baarsma 1400 scholingspotjes. Ten tweede valt er bij de fiscus nog wel iets te winnen: 4 op de 10 medewerkers van de fiscus zijn bezig met controle. Nederland blijft aan de OESO het antwoord schuldig wat dat oplevert en dus ook wat het onder de streep kost. Staatssecretaris Wiebes automatiseert het fiscaal handwerk nu. Trouwens: een deel van het geld voor banenplannen wordt gebruikt voor fiscale loonkostensubsidies. Kan belasting op arbeid dan niet beter omlaag? Ten derde kan het ook bij gemeenten best effectiever. Nederland krijgt vanaf 2014 voor 7 jaar 0,5 miljard ESF-gelden om werkzoekenden te ondersteunen. Dat komt vooral bij gemeen­ten terecht. Ook schaalvoordelen worden nauwelijks benut: 1 miljard per jaar kan het kabinet structureel bezuinigen op lokale overhead. Gemeenten die fuseren tot minimaal 100.000 inwoners krijgen een opscha­lings­korting. Ten slotte: mensen worden na 30 dagen werken uitgeschreven en bij herinschrijving wordt het gemeentelijk administratief proces opnieuw doorlopen. Wethouder Florijn van Rotterdam denkt daarom aan een nulurenbijstand voor iedere gemeente-inwoner. Prima idee.

De nulurenondernemer
Budget lijkt er dus te zijn, maar nieuw werk? “Denken begint waar het rekenen ophoudt”, stelt de Duitse filosoof Schopenhauer (die opgroeide in een koopmansfamilie met Hollandse wortels). Dui­delijk is dat de markt zich niet voor de gek laat houden, het roer moet om. Dat kan door als uit­gangspunt te nemen dat flex straks écht de helft van de arbeidsmarkt omvat in plaats van die ont­wikkeling te ontkennen. In die hoek moeten we dan ook nieuw werk gaan zoeken. Dat kan door za­­ken met elkaar te verbinden. Wat als we bijvoorbeeld werkzoekenden gelijkstellen aan opdracht­­­nemers? Kortom: we creëren de hybride werkzoekende. Of beter: de nulurenondernemer.

Enkele tips voor minister Asscher voor zijn Plan van de Arbeid revisited:
  • laat uitkeringsgerechtigden gaan ondernemen naast een uitkering (nu is dat nog: in plaats van een uitkering, dat botst met de behoefte aan bestaanszekerheid);
  • besteed als overheid diensten uit aan deze nulurenondernemers (analoog aan de Participatiewet, er is genoeg maatwerk te bedenken door werkzoekende zelf);
  • laat de flexibele schil vooral ook bij de overheid groeien (er zijn evenveel ambtenaren als zelfstandigen (ca 1 miljoen) maar er is weinig flex bij overheid);
  • reserveer of creëer een lokaal budget hiervoor (middels lokale besparingen, lastenverlichting en heffingen);
  • beloon de nuluren­ondernemers (loon naar werk is een psychologische behoefte, het houdt ons geestelijk gezond).

En verder:
  • handhaaf de Wet Aanpak Schijn­con­structies (WAS) die per 1 januari 2016 van kracht is (daarmee heeft de fiscus nu al middelen om betere rechten voor flexwerkers te bereiken);
  • zorg voor nieuwe wetgeving die overeenkomsten van arbeid en opdracht met elkaar verbindt (opdrachtovereenkomsten horen op dit moment niet tot het arbeidsrecht);
  • omarm de negatieve inkomstenbelasting. Onder een bepaald inkomen betaal je geen belasting meer, maar krijg je geld van de fiscus. Zodra je weer meer geld verdient, wordt dit basisinkomen geleidelijk wegbelast. Zo is er altijd een vloer waar je niet doorheen kunt zakken;
  • koppel het berekenen van al die inkomsten bij gemeenten, UWV, SVB en fiscus (zodat re-integratiemedewerkers weer mogen faciliteren in plaats van controleren)
  • verplaats arbeidsbemiddeling van UWV zoveel mogelijk naar gemeenten (bevordert maatwerk en vorming zelfhulpgroepen werkzoekenden: HBO naast LBO, 45+ naast jongeren).

Schopenhauer en Asscher
Gelijke rechten betekent volgens mij vooral ook gelijke kansen om te kunnen participeren in de maatschappij. Dat hoeft echt niet uitsluitend via een vaste baan. Nederland kan hierin een voorloper worden, flex en ZZP groeien hier nu al sterker dan elders in Europa. Vreemd genoeg wordt qua arbeidsmarktbeleid vooral ingezet op bevoordeling van vast werk. Deze op termijn onhoudbare spagaat, gekoppeld aan concurrentie over de grens en technologische ontwikkelingen, zal Nederland hoe dan ook dwingen haar arbeidsmarktbeleid ingrijpend te wijzigen. Hervormen kan prima binnen de huidige (en wellicht ook komende) politieke verhoudingen. Leiderschap draait immers om het mobiliseren en inspireren van burgers en die burgers willen gelukkig vrijwel allemaal aan de slag. Als we vertrekken vanuit het gelijk recht op werk voor iedereen en niet vanuit ver­ouderde rekenmodellen is veel mogelijk. Schopenhauer, de eeuwige pessimist die niet wilde rekenen en die niet in vooruitgang geloofde maar wel in weder­kerigheid, zou wel eens versteld kunnen staan. Minister Asscher, rechtsgeleerde van professie, zei al in zijn maidenspeech als nieuwbakken Amster­dams raadslid in 2002: “Juristen kunnen niet tellen”.  Dat geeft de werkzoekende burger moed…

Heerlen, januari 2016
Jo Janssen, oprichter coöperatie VierWerk

PS: in een volgende blog een best practice die, soms onder de vlag van burgerlijke ongehoorzaamheid, onder het huidige regime al gelijke kansen wist af te dwingen.

zondag 29 juni 2014

Het rugzakje van Napoleon

Kip en ei ...

Hoewel het aantal werkzoekenden afneemt, verzuchtte CNV-voorzitter Maurice Limmen desondanks afgelopen vrijdag 20 juni in het LD: “Als we zo doorgaan dan is de werkloosheid pas na 2020 weer op het niveau van voor de crisis”. Een bezorgd Limburgs Eerste Kamerlid Tof Thissen meldde al op 19 april 2014 in diezelfde krant: “Voldoende geld is voorwaarde voor voldoende begeleiding van mensen om weer actief te worden op de arbeidsmarkt en die begeleiding is weer voorwaarde voor de werkgevers om hen werk te bieden.” Redenatie is dat vooral werkgevers die banen moeten faciliteren. Lastig zat: de UWV-Nieuwsflits van 20 juni meldde iets minder dan 15.000 Limburgse werkzoekenden (als alle openstaande vacatures vervuld worden). Alleen al in Limburg zou er dus een pot geld moeten worden gevonden om 15.000 banen door werkgevers te laten creëren. Is daar budget voor? Een uitkering kost Nederland zo’n 15.000 euro per jaar. Het potje geld dat aan deze Limburgers wordt besteed, is dus (15.000 maal 15.000 euro is) 225 miljoen euro. Helaas: dit geld staat niet ter beschikking van werkgevers maar van de genoemde werkzoekenden en is vooral nodig om te overleven. Kip en ei?  Misschien niet…

Napoleon Bonaparte (1769-1821) had ook ooit zo’n akkefietje. De Republiek beschikte over een gigantisch ongetraind volksleger. Napoleon hakte het leger in kleinere stukjes die geleid door kundige generaals zelfstandig opereerden. Omdat voorraadwagens de boel vertraagden, gaf Napoleon zijn mannen geen proviand maar een rugzakje mee. Ze moesten onderweg zelf hun rantsoen ritselen. Ze waren daardoor veel mobieler (en succesvoller) dan de logge, grote legers van bijvoorbeeld Pruisen. Wat kan het leger Limburgse werkzoekenden hiervan leren? In de eerste plaats dat zij zelf het verschil kunnen maken door andere wegen te verkennen. De Provincie Limburg, die zich het lot van werkzoekenden aantrekt, steunt dit. In de “Nadere subsidieregels ter bevordering van de economie en concurrentiekracht 2013 e.v.” (gericht op werkzoekend 45+) steunt de provincie in artikel 4 en 12 “zogenoemde pilotprojecten met experimenteel karakter”. VierWerk, een van die ondersteunde pilots, stelt dat de werkzoekende met name zelf zijn lot kan bepalen. Financiering geschiedt door no cure no pay op basis van uitkeringshoogte.

Overigens: niet alleen Napoleon legde de verantwoordelijkheid mede bij zijn manschappen. Er is een overeenkomst met de huidige budgettering voor ontwikkelingssamenwerking: succesvolle trajecten gaan uit van empoweren van de deelnemer. Geef mensen middelen en omstandigheden om zichzelf te helpen. Nieuwe denkbeelden rondom zorg en onderwijs bevestigen eveneens het belang van het centraal stellen van de zogenoemde “kennisdrager”. Recente projectmanagement-methoden werken ook zo: stel mens en doel centraal (in dit geval betaald werk) en benut alle kansen (en vooral toevalligheden) die voorbij komen. Binnenkort start tranche 2 van het hiervoor genoemde Limburgs provinciaal traject. Een volgende kans om (onder meer) met 225 miljoen aan uitkeringsgelden mensen zelf oplossingen te laten bedenken. Verder komt 114 miljoen euro beschikbaar om mensen die het moeilijk hebben op de arbeidsmarkt aan een baan te helpen. Het gaat om geld uit het Europees Sociaal Fonds (ESF). Staatssecretaris Jetta Klijnsma van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft de arbeidsmarktregio's onlangs opgeroepen een beroep te doen op dit geld. En de politiek heeft wellicht nog meer EU-budget ter beschikking. De Europese Investeringsbank kan fondsen gaan inzetten om nieuwe banen van de grond te krijgen, schreven politici Paul Tang en Agnes Jongerius enkele weken geleden in een opiniestuk in het dagblad Trouw.

Bottomline is: het geld lijkt er al te zijn of komt er binnenkort aan, gezocht worden nu vooral creatieve benaderingen. Ook werkzoekenden zelf kunnen dit oppakken. Dus niet wachten op werkgevers tot dat er “een baan voorbijkomt”. Een masterplan? Handig, maar misschien niet nodig. Napoleon had volgens zijn staf hooguit een vaag plan in zijn hoofd. Op de wei vertrouwde hij volledig op zijn improvisatievermogen. Met zijn flexibele troepen kon hij immers afwachten hoe het zich ontwikkelde en dan pas samen met zijn mannen bepalen hoe de hazen het beste konden lopen. Onlangs zijn we samen met de gemeente Kerkrade gestart met zo’n benadering, die lijkt te werken. We nodigen dan ook werkzoekenden, maar ook partijen als UWV en gemeenten, graag uit om eens met ons te praten over het rugzakje van Napoleon.

maandag 5 november 2012

Ezelsbruggetje

Paars puur

Kiezers bedankt!  Ik werd bij de landelijke verkiezingen in 2012 op mijn wenken bediend. Liberaal en sociaal, hand in hand. Paars 0 (de prequel, in bioscooptaal) is een feit. Paars puur, er is namelijk geen ander kleurtje nodig voor een werkbare meerderheid (zoals eerder bij Paars 1 en 2). Althans in de Tweede Kamer. In mijn vorige blog had ik voor het kabinet dat volgende week op het bordes staat een verlanglijstje. Een zin in het regeerakkoord gaf alvast hoop: “Kansen van vooral oudere werk­nemers op nieuw werk zijn te laag en flexwerkers verdienen betere bescherming.” We gaan eens checken of mijn favoriete zorgenkindje, goed opgeleid werkzoekend 45+, nu echt iets wijzer wordt.

Minder werken loont tóch
Het laatste item op mijn drieregelig lijstje betrof het herverdelen van bestaand werk. Daags na verschijnen van het regeerakkoord verschenen op social media berichten dat mensen nu op zoek gingen naar parttime werk “omdat fulltime werken bestraft wordt”. Aanleiding: de inko­mens­­gerela­teer­de zorgpremie. De ophef binnen de VVD achterban hierover zorgde ervoor dat dat plan werd vervangen, maar de relatie blijft hetzelfde: er is een afweging mogelijk over wat tijd opbrengt. Niet erg altruïstisch en boven­dien een onbedoeld effect, maar toch. Het recht op parttime werk is in de Wet aanpassing arbeids­duur geregeld en indien mensen inderdaad kiezen voor minder arbeid komt werk be­schik­baar voor an­de­ren. De omslag ligt bij een aantal maal modaal, dat klinkt als werk voor goed op­ge­leid 45+. Overigens zei Lodewijk Asscher het al tijdens het recente PvdA congres: “De tijd van minder is aangebroken”. Als twee­de maatregel draagt hervorming van het ontslagrecht hoe je het ook wendt of keert bij aan herverdeling van werk.

Dus goed voor onze doelgroep? Niet noodzakelijkerwijs. Werk, dus ook vrijkomende arbeid, wordt in toenemende mate flexibel georganiseerd, met een toenemende voorkeur richting uitbesteden aan (groepen) zelfstandigen. Omdat goed opgeleid 45+ in 2012 slechts 2% van de reguliere vacatures invulde, ligt het voor de hand dat de resterende 98% hun heil in deze richting zoekt. Wordt zo’n keuze voor zelfstandig ondernemerschap (of een hybride vorm: deels zelfstandige, deels werknemer) voor onze doelgroep in het regeerakkoord aangemoedigd? Helaas, nauwelijks. Leest u even mee?

Ervaring is een arbeidsbeperking
Zo’n keuze voor zelfstandigheid gaat niet vanzelf. Er is vaak sprake van een rouwproces, van een onvolledig zelfbeeld en van een onbegrepen noodzaak tot zichzelf opnieuw uitvinden. Het idee is echter nog steeds dat goed opgeleid 45+ zeer wel in staat is zichzelf te helpen. Dat is vreemd, want inmiddels betitelt het UWV onze ervaren doelgroep als “mensen met een arbeidsbeperking”. De Participatiewet vervangt per 1 januari 2014 het wetsvoorstel Werken naar Vermogen en daarin staat een quotumregeling voor het in dienst nemen van “arbeids­gehandicapten” Daar hoort onze groep (gelukkig) niet bij. Het kabinet mag zich dus wat mij betreft uitspreken over een quotum nieuwe zelf­standigen uit de groep goed opgeleid 45+ en dit ondersteunen met specifiek beleid. Ideetje, toch?

Daarmee komen we uit op item nummer 2 in mijn verlanglijstje voor het nieuwe kabinet: strategisch HRM-beleid om werk beter te verdelen tussen jong en oud. Daarover kunnen we kort zijn: in het regeerakkoord staat daarover geen regel. Vooruit, toch één: “We accepteren niet dat mensen onnodig thuis zitten en spreken daar zowel hen als de werkgevers op aan.” Helaas zit daar geen enkele maatregel aan verbonden voor onze groep. Een suggestie daartoe op deze plaats, de inspiratie vormt de aankomende verplichte bankierseed met strenge sancties bij overtreding. Niet alleen topbankiers, ook bankmedewerkers worden verantwoordelijk gesteld. Ik pleit analoog aan de bank-medewerkerseed voor een verplichte eed voor recruiters, waarbij strenge sancties staan op het overtreden van de discriminatie­bepalingen, dus ook voor leeftijdsdiscriminatie (die op dit moment openlijk wordt toegepast). Een proefproces zal in dat kader beslist verhelderend werken.

Bruggen slaan
Daarmee komen we uit bij item numero uno in mijn lijstje, de belangrijkste: bestaanszekerheid voor oudere werknemers en ondernemers. Daarover vinden we gelukkig meer terug. Allereerst wordt de toetredingsleeftijd voor de inkomensvoor-ziening voor oudere werklozen (IOW) verlaagd van 60 jaar naar 55. Zonder partner- of vermogenstoets en met sollicitatieplicht. Daarmee worden werknemers die uit de WW vallen zonder recht op bijstand opgevangen. Het is wellicht een idee dit ook voor (parttime) ondernemers vanaf 45 jaar met deeluitkering open te stellen. Verder is er een scala aan algemene stimulerings­maatregelen voor ondernemers. Om kleine, startende ondernemers beter te kunnen helpen wordt het kredietplafond van de microfinan-cieringsorganisatie Qredits verhoogd van 50.000 tot 150.000 euro. Binnen het bestaande Innovatiefonds MKB+ wordt risicodragend vermogen aan jonge innovatieve bedrijven verstrekt. Nieuwe alternatieve financieringsvormen zoals kredietunies, crowdfunding en MKB-obligaties worden ondersteund via promotie, wegnemen van belemmeringen in de regelgeving en door de inzet van kennis en bestaande instrumenten.

Dat lijkt heel wat en dat is het ook, alleen helaas nog steeds niet leeftijdsgericht. Maar er is hoop. Tot slot namelijk een regel in het regeerakkoord die mijn aandacht trok: “De overheid kan anderen alleen met overtuiging aanspreken als zij zelf het goede voorbeeld geeft.” Dat is mooi, in dat kader pleit ik voor de drie hiervoorgenoemde maatregelen die de overheid kan nemen voor onze doelgroep:
-  Ondersteun gericht een toename nieuwe ondernemers uit groep goed opgeleid 45+.
-  Introduceer beroepseed voor recruiters plus sancties op ouderdomsdiscriminatie.
-  Stel de IOW (beperkt) open voor parttime ondernemers en werknemers vanaf 45 jaar.
Indachtig het kabinetsmotto “Bruggen Slaan”, geef ik er een ezelsbruggetje bij: DOOI schept werk (DOOI: Deel Ondernemerschap, Ouderdom en IOW…)

maandag 10 september 2012

Robin Hood en het Akkoord van Parkstad

Terug naar de keukentafel

Op 24 november 2012 is het precies 30 jaar geleden dat het Akkoord van Wasse­naar werd getekend. Dat was hard nodig: de Nederlandse economie was begin jaren 80 na de oliecrises van 1973 en 1979 ernstig in verval geraakt. Onder druk van de hierdoor oplopende werk­loosheid bleken werknemers­organisaties bereid tot loon­matiging in ruil voor arbeidstijdverkorting. Op anderhalf A4 werd door werk­gevers- en werk­nemers­­vertegen­woordigers een meerjaren­beleid geschetst om door herverdeling van werk de economie te stimuleren. Opvallend: arbeids­duur­verkorting verdeelt de werkgele­gen­heid over meer personen, maar schept niet meer werk­gelegen­heid. Hoe dan ook, met het Akkoord van Wassenaar startte de Nederlandse overlegeconomie en daarmee het economisch herstel.

Paars revisited?
Begin jaren 90 kwam er steeds meer kritiek op deze overlegeconomie omdat het de politiek buitenspel zette. Dit maakte de weg vrij voor het eerste paarse kabinet in 1994 (PvdA, D66, VVD). In de loop van Paars 1 steeg de werkgelegenheid enorm. Het succes werd verklaard uit het poldermodel: prudent financiëel beleid, loonmatiging in combinatie met lastenverlichting en flexibele arbeid. In 1996 kwam het Flexakkoord (ook wel Akkoord van Haarlem of keukentafelakkoord) tot stand. Dit sociaal akkoord legde tijdens Paars 2 de basis voor de in 1999 in wer­king getreden Wet Flexibiliteit en zekerheid. Hierdoor kreeg zittend personeel te ma­ken met meer flexibiliteit en minder zekerheid, en flexibel personeel met minder flex­i­biliteit en meer zekerheid.

Na de verkiezingen van 2002 kwam een einde aan Paars. Het ziet er nu, vlak voor de verkiezingen, naar uit dat nog in 2012 (na een pauze van 10 jaar) een kabinet aantreedt dat met enige goede wil paars genoemd mag worden. Paars plus, paars 3, wie weet: er zullen vrijwel zeker sociale en liberale elementen in te vinden zijn. Tijd dus om eens te­rug te kijken naar de rol van paars op de arbeidsmarkt. De kritiek op Paars 1 en 2 is vaak dat overlegeconomie en poldermodel vooral de insiders (de zittende, traditionele werknemersbelangen) vertegen­woordigen. Met de belangen van buiten­staanders (bijvoorbeeld op de arbeids­markt) zou te weinig rekening gehouden worden. Als dat al paars was, het is in ieder geval op dit moment nog steeds het geval: tijdens de huidige economische crisis valt werkzoekend hoogopgeleid 45+ buiten de boot. Bij regionale initia­tieven als LIFT worden vacatures bij voorkeur verdeeld tussen zittende wer­k­nemers van de aangesloten orga­nisaties.

Herverdeling
Paars of niet: met een nieuw kabinet start een nieuwe ronde met nieuwe prijzen. Wat moet er veranderen op de arbeidsmarkt? We beginnen met de bestaande werkgelegenheid. In feite is er geen samen­hangend beleid voor een evenwichtige leeftijdsopbouw binnen organisaties, voor strategisch HRM dus. Verder: gedwongen arbeidsduur­verkorting wordt tegenwoordig een achterhaalde vorm van werkgelegenheids­beleid genoemd. Sterker nog: VVD-minister Kamp wilde tijdens Rutte 1 zelfs alle deeltijdwerkers volledig aan de slag krijgen met als voornaamste reden dat door vergrijzing alle hens aan dek geboden is. Dat lijkt logisch, maar is dat nu nog niet: in 2012 staat immers een half miljoen mensen aan de kant.

Herverdeling van werk met een leeftijdscomponent (plus loondispensatie conform de Wet Werken naar Vermogen) verdient dan ook in ieder geval als overbrugging een kans. De PvdA wil bijvoorbeeld werkgevers verplichten een percentage werknemers met een (ouderdoms)vlekje in dienst te nemen. Het recente succes van het 600-banenplan in Sittard-Geleen lijkt dit te ondersteunen: de helft van de deelnemers is aan de slag in zogenoemde verborgen vacatures. Probleem in dat plan: wat gebeurt er met degenen die uiteindelijk alsnog de uitkeringssituatie verlaten en waarvan de baan niet structureel wordt verzilverd? Het verlies van bestaanszekerheid is dan een concreet gevaar. Het idee van een basisinkomen voor iedereen is in dat kader aanlokkelijk, de figuurvariant van de draaideuruitkering lijkt politiek meer haalbaar maar is nog onvoldoende verkend. Wellicht wordt dit door het nieuwe kabinet opgepakt.

Nieuwe werkgelegenheid
Het voornaamste punt van kritiek op herverdeling is echter dat het geen werkgelegenheid schept. Een waarheid als een koe. In de regio Zuid-Limburg is het ook nog eens zo dat hier minder ondernemers opstaan als elders in het land, omdat de werkgelegenheidsbedenkers vanaf eind jaren 60 richting Noorden verkasten en niet te­rugkeerden. Het is niet zomaar dat de recente activiteit van de stichting regiobranding Zuid-Limburg zich op die groep richt. Jammer alleen dat hoogopgeleid 45+ die wél in de regio bleef maar nu langs de kant staat, vergeten werd.

Conclusie: veel (reintegratie)plannen herformuleren enkel het aanbod terwijl in feite de vraag geherstructureerd moet worden. Tijd dus voor een ander concept. Gezocht: een soort Robin Hood die niet het geld herverdeelt maar het werk. Die bovendien nieuw werk bedenkt. Tijd voor VierWerk, bureau voor arbeid en communicatie. VierWerk start in Parkstad Limburg en faciliteert creërende netwerken van werkvindenden. Doel van die netwerken: zelf vinden van nieuwe bedrijvigheid, herverdelen van werk door strategisch HRM en het onder de aandacht brengen van de specifieke arbeidsmarkt­problematiek rond hoogopgeleid 45+. De eerste resultaten zijn bemoedigend. Met wat ge­luk zien we dus nog Robin Hood het Akkoord van Parkstad tekenen....

PS: een wensenlijstje voor het komende kabinet is dus als volgt:
-  ondersteun (nieuw) ondernemer-/werknemerschap door meer bestaanszekerheid
-  verplicht strategisch HRM voor evenwichtiger verdelen van werk tussen jong en oud
-  herverdeel in de tussentijd zo eerlijk mogelijk het bestaande werk

In het hiervoor genoemde Akkoord van Parkstad moet dan wellicht nog een paragraafje worden besteed aan de rol van arbeidsintermediairs. Over MVB (Maatschappelijk Verantwoord Bemiddelen) en de WOIA (Wet Openbaarheid Intermediair Arbeidsmarkt). Maar dat is iets voor de volgende blog.

dinsdag 7 februari 2012

Vrije keuze van arbeid?

In de Nederlandse wetgeving is het besef van het maatschappelijk belang van relevante arbeid voor iedereen verankerd. Het is in 2 artikelen van onze Nederlandse Grondwet vastgelegd:
Art. 20, lid 1: De bestaanszekerheid der bevolking en spreiding van welvaart zijn voorwerp van zorg der overheid.
Art, 19, lid 3: Het recht van iedere Nederlander op vrije keuze van arbeid wordt erkend, behoudens de beperkingen bij of krachtens de wet gesteld.
De praktijk anno 2012 laat zien dat dit niet afdoende is voor de bescherming van dit klaarblijkelijk groot maatschappelijk belang, gezien de problemen waarmee de huidige arbeidsmarkt kampt. Vele Zuiderlingen zijn (ondanks genoemde grondrechten) niet aan de slag en delen dus in mindere mate in de welvaart zoals in art. 20 Grondwet gesteld. Binnen ons land neemt Zuid-Limburg zelfs een negatieve plaats in: de groep goed (dus niet alleen hoog) opgeleid 45+ die langs de kant staat, is er groter dan in de rest van het land. Gelijktijdig staan werkgevers anno 2012 te schreeuwen om gekwalificeerd personeel. Als klap op de vuurpijl is het aantal (startende) ondernemers in deze regio het laagst van het land. De van origine Kerkraadse filosoof Frans Geraedts verklaart het ontbreken van voldoende ondernemerschap historisch door gekrenkte trots, veroorzaakt door het gelijktijdig sluiten van de mijnen vanaf 1967 en de invoering van de Mammoetwet in 1968 (waardoor de vlucht richting Randstad een aanvang neemt: een generatie ondernemende en goed opgeleide mensen vertrok en bleef weg).

Een ander argument, dat overigens zelden in stelling wordt gebracht, is dat de samenleving een zorgplicht heeft voor ieders geestelijk welzijn dus ook van werkzoekenden. Uit onderzoek blijkt dat een op de vier langdurig werkzoekenden een depressie ontwikkelt. Er vindt uiteraard symptoombestrijding plaats, er is echter geen instantie die zich committeert aan de samenhang tussen arbeid en geestelijk welzijn en daarop inspeelt. Ten slotte is er een politiek element in de huidige arbeidsmarktproblematiek. De Duitse psycholoog Erich Fromm onderzocht reeds eind jaren ’30 de samenhang van werkloosheid en politieke voorkeur. Hij concludeerde dat onze moderne samenleving weliswaar het individu vrijheid verschafte, maar als diezelfde samenleving geen (economische) basis biedt voor het verwezenlijken van ieders individualiteit, deze vrijheid tot last wordt. Dit leidt tot vluchtgedrag, met gevolgen die we ook in het huidige wispelturige Nederlandse politieke landschap zien.

De overheid die volgens de grondwet regulerend moet optreden om het maatschappelijk belang van arbeid voor iedereen te waarborgen, doet dat vooral in de geest van de bijzin van art. 19 Grondwet: regels en kaders stellen waar instellingen als UWV, gemeentelijke sociale diensten en fiscus handenvol controlerend werk aan hebben. Echter: de groep werkzoekend 45+  in het Zuiden wordt daar niet kleiner door. Integendeel: diezelfde regelgeving werkt belemmerend doordat arbeid in toenemende mate flexibel wordt en hybride vormen ontstaan die door de huidige wettelijke kaders nauwelijks worden ondersteund.

Het lijkt dan ook tijd om onze grondwet weer eens serieus te nemen: de vrije keuze van arbeid zoals in art. 19 Grondwet gesteld, moet gefaciliteerd worden. Dit kan door daadwerkelijk vormen van (hybride) ondernemer-/werknemerschap actief te (gaan) ondersteunen. Dit houdt in de praktijk ook een opdracht in aan het adres van de beide uitvoerders van onze flexibeler wordende arbeidsmarkt. Ik doel op de intercedent als vertegenwoordiger van de werkzoekende en de recruiter als representant van de werkgever. Hier gaat het, onder het in eerste instantie geruststellende mom van neutraliteit, effectiviteit en opdrachtgevers­belang, vaak mis. Zolang werkgevers te goeder trouw stellen dat ze iedereen een gelijke kans geven maar uitvoerders het in de individuele praktijk (al dan niet onbewust) op een akkoordje gooien, komen we tot het ontstellende cumulatieve resultaat zoals we dat nu zien: 52% van de langdurig werkzoekenden is 45+, tendens stijgend. Dit cijfer geeft aanleiding om eens serieus te kijken naar de mate van duurzaamheid bij arbeidsbemiddeling. Wellicht wordt het, analoog aan MVO – maatschappelijk verantwoord ondernemen -, tijd voor MVB: maatschappelijk verantwoord bemiddelen

Kortom: maak vrij kiezen voor werk (weer) mogelijk en wel voor iedereen, zoals dat ook in onze Grondwet nadrukkelijk staat. Ondersteun hybride arbeidsvormen en belemmer ze niet. De Wet Werken naar Vermogen die in 2013 ingaat, lijkt in die zin een soort overgangsregeling te bieden met het daar opgenomen instrument loondispensatie. Naar verwachting zal dit niet voldoende blijken: alleen al de hoogte van de  verwachte toeloop vanuit bijvoorbeeld de WSW kan in het Zuiden dramatische gevolgen hebben omdat de flexibele werkvormen die bij toepassing van loondispensatie nodig zijn, zoals hiervoor gesteld niet of nauwelijks aanwezig zijn. Verder gaat ook deze maatregel weer gepaard met een toename van controle en minder aandacht voor de daadwerkelijke ondersteuning. Het derde en vierde kwartaal van 2013 zullen de gevolgen zichtbaar worden.

Ter afsluiting: de consequentie van de richting die onze samenleving en haar arbeidsmarkt is ingeslagen, is dat we met zijn allen weer moeten nadenken over het begrip bestaanszekerheid. Een nieuwe invulling van het eerste lid van art. 20 Grondwet lijkt dringend noodzakelijk. Wellicht onderwerp voor een volgende blog.

zondag 29 maart 2009

Travaille Pensant

’s Avonds over een vertrouwde, natte Nederlandse snelweg terug naar het hotel, na de door Henk Hogeweg treffend als diner pensant betitelde lezingenavond tijdens het Rijnlands congres 2009. Al vol van indrukken, maar toch nog even de terugblik op de Nederlandse kamerdebatten bekeken, in retrospectie. Democratie as usual: diverse tegenstrijdige meningen, verbaal en fel bestreden op voornamelijk cijfers en zakelijke argumenten. Een en ander gelardeerd met al dan niet verdienstelijk toneel.

Hoe anders was vanavond het betoog van Yves Leterme, voormalig Belgisch premier en Rijnlandse ridder. Meer dan eens vielen de woorden persoonlijke verantwoordelijkheid en betrokkenheid. Juist dit zijn de zwakke plekken die de huidige economische crisis aan de oppervlakte brengt. Alleen al de heisa rondom de buitensporige bonussen legt het gebrek aan persoonlijke betrokkenheid bij sommigen pijnlijk bloot. Leterme noemt in dat verband het Rijnlands model als tegenhanger van de vrijemarkteconomie dan ook treffend en consequent het sociaal gecorrigeerd marktmodel. Met de nadruk op sociaal. Het voert ons wellicht tot de kern van het huidige probleem.

Finetuning voldoet niet meer, althans Leterme, er dienen fundamentele keuzes te worden gemaakt. Leterme, die zichzelf op voorhand als reeds overtuigd betitelt, ging echter vervolgens nauwelijks in op deze betrokkenheid. Hij onderbouwde zijn keuze voor het Rijnlands model daarentegen met inderdaad overtuigende cijfers. Op het eerste oog zijn die cijfers zelfs verbluffend. Het Angelsaksisch model van de vrijemarkteconomie verliest op vrijwel alle fronten van het Rijnlands model als het op langetermijnstrategie aankomt. Daarbij wekte Leterme de indruk dat het Rijnlandse model als zodanig reeds functioneert. Als dat zo zou zijn, was het congres dit weekeinde zinloos en zouden we na vanavond tevreden huiswaarts keren. Helaas. Veel (grote) bedrijven worstelen in toenemende mate met de prangende vraagstukken die het Angelsaksisch model met zich meebrengt.

De huidige crisis in de economische wereld, die hier ook door grondlegger Michel Albert breed werd behandeld, betreft volgens Leterme een window. Niets minder dan een unieke historische gelegenheid om, zoals Leterme stelt, fundamentele keuzes te maken. Toch zullen het waarschijnlijk niet de cijfers die Leterme presenteerde zijn die het noodzakelijke draagvlak creëren voor het breed ondersteunen van het Rijnlands model. Het onderscheid wordt, op bescheiden schaal maar vol overtuiging, wel gemaakt door de medewerkers van het toenemend aantal bedrijven die al lang en breed dit sociaal gecorrigeerd marktmodel hebben omarmd, veelal zonder dat ze het zelf wisten. Rijnlands? Maybe…

De emotionele winst is bij deze bedrijven al lang binnen. Het model werkelijkheid. Vrij van toneel. Geheel uit eigen beweging, zonder verzet, zonder politiek debat, gewoon, uit liefde voor het vak en het bedrijf. Travaille pensant.

Jo Janssen