maandag 10 september 2012

Robin Hood en het Akkoord van Parkstad

Terug naar de keukentafel

Op 24 november 2012 is het precies 30 jaar geleden dat het Akkoord van Wasse­naar werd getekend. Dat was hard nodig: de Nederlandse economie was begin jaren 80 na de oliecrises van 1973 en 1979 ernstig in verval geraakt. Onder druk van de hierdoor oplopende werk­loosheid bleken werknemers­organisaties bereid tot loon­matiging in ruil voor arbeidstijdverkorting. Op anderhalf A4 werd door werk­gevers- en werk­nemers­­vertegen­woordigers een meerjaren­beleid geschetst om door herverdeling van werk de economie te stimuleren. Opvallend: arbeids­duur­verkorting verdeelt de werkgele­gen­heid over meer personen, maar schept niet meer werk­gelegen­heid. Hoe dan ook, met het Akkoord van Wassenaar startte de Nederlandse overlegeconomie en daarmee het economisch herstel.

Paars revisited?
Begin jaren 90 kwam er steeds meer kritiek op deze overlegeconomie omdat het de politiek buitenspel zette. Dit maakte de weg vrij voor het eerste paarse kabinet in 1994 (PvdA, D66, VVD). In de loop van Paars 1 steeg de werkgelegenheid enorm. Het succes werd verklaard uit het poldermodel: prudent financiëel beleid, loonmatiging in combinatie met lastenverlichting en flexibele arbeid. In 1996 kwam het Flexakkoord (ook wel Akkoord van Haarlem of keukentafelakkoord) tot stand. Dit sociaal akkoord legde tijdens Paars 2 de basis voor de in 1999 in wer­king getreden Wet Flexibiliteit en zekerheid. Hierdoor kreeg zittend personeel te ma­ken met meer flexibiliteit en minder zekerheid, en flexibel personeel met minder flex­i­biliteit en meer zekerheid.

Na de verkiezingen van 2002 kwam een einde aan Paars. Het ziet er nu, vlak voor de verkiezingen, naar uit dat nog in 2012 (na een pauze van 10 jaar) een kabinet aantreedt dat met enige goede wil paars genoemd mag worden. Paars plus, paars 3, wie weet: er zullen vrijwel zeker sociale en liberale elementen in te vinden zijn. Tijd dus om eens te­rug te kijken naar de rol van paars op de arbeidsmarkt. De kritiek op Paars 1 en 2 is vaak dat overlegeconomie en poldermodel vooral de insiders (de zittende, traditionele werknemersbelangen) vertegen­woordigen. Met de belangen van buiten­staanders (bijvoorbeeld op de arbeids­markt) zou te weinig rekening gehouden worden. Als dat al paars was, het is in ieder geval op dit moment nog steeds het geval: tijdens de huidige economische crisis valt werkzoekend hoogopgeleid 45+ buiten de boot. Bij regionale initia­tieven als LIFT worden vacatures bij voorkeur verdeeld tussen zittende wer­k­nemers van de aangesloten orga­nisaties.

Herverdeling
Paars of niet: met een nieuw kabinet start een nieuwe ronde met nieuwe prijzen. Wat moet er veranderen op de arbeidsmarkt? We beginnen met de bestaande werkgelegenheid. In feite is er geen samen­hangend beleid voor een evenwichtige leeftijdsopbouw binnen organisaties, voor strategisch HRM dus. Verder: gedwongen arbeidsduur­verkorting wordt tegenwoordig een achterhaalde vorm van werkgelegenheids­beleid genoemd. Sterker nog: VVD-minister Kamp wilde tijdens Rutte 1 zelfs alle deeltijdwerkers volledig aan de slag krijgen met als voornaamste reden dat door vergrijzing alle hens aan dek geboden is. Dat lijkt logisch, maar is dat nu nog niet: in 2012 staat immers een half miljoen mensen aan de kant.

Herverdeling van werk met een leeftijdscomponent (plus loondispensatie conform de Wet Werken naar Vermogen) verdient dan ook in ieder geval als overbrugging een kans. De PvdA wil bijvoorbeeld werkgevers verplichten een percentage werknemers met een (ouderdoms)vlekje in dienst te nemen. Het recente succes van het 600-banenplan in Sittard-Geleen lijkt dit te ondersteunen: de helft van de deelnemers is aan de slag in zogenoemde verborgen vacatures. Probleem in dat plan: wat gebeurt er met degenen die uiteindelijk alsnog de uitkeringssituatie verlaten en waarvan de baan niet structureel wordt verzilverd? Het verlies van bestaanszekerheid is dan een concreet gevaar. Het idee van een basisinkomen voor iedereen is in dat kader aanlokkelijk, de figuurvariant van de draaideuruitkering lijkt politiek meer haalbaar maar is nog onvoldoende verkend. Wellicht wordt dit door het nieuwe kabinet opgepakt.

Nieuwe werkgelegenheid
Het voornaamste punt van kritiek op herverdeling is echter dat het geen werkgelegenheid schept. Een waarheid als een koe. In de regio Zuid-Limburg is het ook nog eens zo dat hier minder ondernemers opstaan als elders in het land, omdat de werkgelegenheidsbedenkers vanaf eind jaren 60 richting Noorden verkasten en niet te­rugkeerden. Het is niet zomaar dat de recente activiteit van de stichting regiobranding Zuid-Limburg zich op die groep richt. Jammer alleen dat hoogopgeleid 45+ die wél in de regio bleef maar nu langs de kant staat, vergeten werd.

Conclusie: veel (reintegratie)plannen herformuleren enkel het aanbod terwijl in feite de vraag geherstructureerd moet worden. Tijd dus voor een ander concept. Gezocht: een soort Robin Hood die niet het geld herverdeelt maar het werk. Die bovendien nieuw werk bedenkt. Tijd voor VierWerk, bureau voor arbeid en communicatie. VierWerk start in Parkstad Limburg en faciliteert creërende netwerken van werkvindenden. Doel van die netwerken: zelf vinden van nieuwe bedrijvigheid, herverdelen van werk door strategisch HRM en het onder de aandacht brengen van de specifieke arbeidsmarkt­problematiek rond hoogopgeleid 45+. De eerste resultaten zijn bemoedigend. Met wat ge­luk zien we dus nog Robin Hood het Akkoord van Parkstad tekenen....

PS: een wensenlijstje voor het komende kabinet is dus als volgt:
-  ondersteun (nieuw) ondernemer-/werknemerschap door meer bestaanszekerheid
-  verplicht strategisch HRM voor evenwichtiger verdelen van werk tussen jong en oud
-  herverdeel in de tussentijd zo eerlijk mogelijk het bestaande werk

In het hiervoor genoemde Akkoord van Parkstad moet dan wellicht nog een paragraafje worden besteed aan de rol van arbeidsintermediairs. Over MVB (Maatschappelijk Verantwoord Bemiddelen) en de WOIA (Wet Openbaarheid Intermediair Arbeidsmarkt). Maar dat is iets voor de volgende blog.

4 opmerkingen:

Jo zei

Uit het CDA-programma: "De overheid stimuleert dat werkgevers en werknemers ruimte maken voor individuele, breed inzetbare scholingsrechten voor werknemers, zodat zij kunnen investeren in hun eigen inzetbaarheid, regie over hun eigen loopbaan kunnen nemen en hun vakmanschap op peil houden." Als dat ook voor werkzoekenden geldt, is dat alvast een start.

Jo zei

En de 50pluspartij, enige parlementaire nieuweling in 2012: "Het kabinet heeft het vizier gericht op het aan werk houden van oudere werknemers en denkt alleen hierdoor de bruto arbeidsparticipatie te vergroten.
Aandacht voor het in dienst nemen van oudere werkzoekenden wordt ook door de overheid tot een minimum beperkt. De inzet van de werkgevers is er vooral op gericht om de loonkosten te matigen. (...) Het vitaliteitspakket om ouderen aan het werk te houden en te krijgen, dient te worden uitgebreid. Dat kan o.a. door een zgn. mobiliteitsbonus vanaf 50 jaar, een no-riskpolis bij
loonschade voor de werkgever bij werknemers vanaf 50 jaar en een convenant waarin wordt afgesproken dat het personeelsbestand een betere afspiegeling van de beroepsbevolking moet zijn."

Jo zei

Vooruit, dan ook het D66-standpunt: "D66 wil scholingsvouchers introduceren voor ouderen die langdurig werkloos zijn. Zij mogen deze vouchers inzetten voor scholing of begeleiding bij de zoektocht naar werk. Werkgevers moeten daarnaast gestimuleerd worden om oudere werknemers aan te nemen. Nederland is een van de weinige landen waar oudere werknemers ook de duurste werknemers zijn. Dat vormt een belangrijke barrière voor het aannemen en aan het werk houden van ouderen. De combinatie van periodieken, het ontslagrecht en de WW leiden tot een ‘gouden kooi’; deze willen we open zetten. D66 trekt geld uit voor fiscale voordelen voor het in dienst hebben van oudere werknemers en wil het werkgeversrisico voor ziekte van 55+-werknemers anders behandelen." en "Modernisering van het ontslagrecht maakt het vaste contract weer aantrekkelijk. (...) Deze veranderingen combineren we met een kortere maar hogere WW met minder onzinnige regels en meer eigen regie om weer aan de slag te raken."

Jo zei

De nieuwe SER-voorzitter Draijer (D66) zei naar aanleiding van een opmerking van VVD-er Kamp zich af te vragen waarom discussies over de arbeidsmarkt altijd worden ,,verengd tot het ontslagrecht''. Volgens hem is een bredere discussie nodig en moet het meer gaan over kwetsbare mensen aan de onderkant van de arbeidsmarkt, mobiliteit van werknemers en de combinatie van flexibiliteit en zekerheid.